Albert Camus werd geboren in 1913 in Algerije, gestorven in 1960 aan de gevolgen van een auto-ongeluk. Hij werd dus maar 47 jaar oud. Drie jaar voor zijn dood kreeg hij de Nobelprijs voor de literatuur. In 1944 schreef hij Caligula.

Als filosoof stond hij voor het absurdisme: het leven heeft geen betekenis of bedoeling. Samen met Sartre en De Beauvoir werd hij tot de existentialisten gerekend: ieder persoon is een uniek wezen, verantwoordelijk voor eigen daden en eigen lot. De absurde interpretatie daarvan is dat iedereen in een wereld zonder god, doel en betekenis zijn weg moet vinden.

Ons bestaan is fundamenteel irrationeel en het menselijk lijden wordt veroorzaakt door vergeefse pogingen om te zoeken naar zingeving in een redeloos universum.

Volgens Camus kan dit slechts op drie manieren. Allereerst is er de zelfmoord, want waarom leven als het toch zin- en doelloos is? De andere weg is het creëren van een doel door een god in het  leven te roepen. De derde uitweg is het onszelf zonder doel toch in leven houden, door intens en hartstochtelijk te leven. Dit is wat Camus de absurde helden noemt. Men moet op zoek naar een levensinvulling die ook zonder betekenis het leven waardevol maken.

Wat leert dit ons over Caligula.
Allereerst kunnen we hem beschouwen als absurde held. Hij is de keizer, maar realiseert zich dat dat op zichzelf doelloos en zinloos is. Niettemin geeft hij zijn leven vorm door te experimenteren met het keizerschap en intens te leven door het streven naar het absolute (de maan).Daarnaast werpt het absurdisme een verhelderende kijk op de dood in het stuk. Met doodsvonnissenwordt achteloos omgesprongen door Caligula. En dat is logisch, aangezien het leven toch zinloos is.

De dood is een beter alternatief.

Uiteindelijk is het leven van Caligula een lange uitgerekte zelfmoord. Hij weet allang dat hij vermoord gaat worden, maar speelt net zolang met de verraders tot het einde. Zijn laatste woorden geven feilloos neer waar het om gaat. Zelfmoord is de zinvolle uitweg van het leven. Ik leef.

Een kanttekening hierbij is dat het ‘alles is zinloos, dus alles mag want het maakt toch niets uit’ van Caligula’s handelen in strijd is met de filosofie van Camus. In zijn optiek moet een absurde held juist zoeken naar waarde in het zinloze leven. Caligulaś vlucht in het nihilisme maakt hem een tragische held en zal uiteindelijk tot zijn ondergang leiden.

Twee karakters zijn hierin belangrijk en verhouden zich in het absurdisme tot Caligula: Cherea de realist en Flore de kunstenaar.